Hypotheekrente

Om uw woning te kunnen kopen heeft u geld geleend en een hypotheek op de woning gevestigd. U zult de geldverstrekker een vergoeding moeten betalen over het uitstaande bedrag, de hypotheekrente.

Variabele rente
Bij een variabele rente fluctueert de rente.

Vaste rente
Bij een vaste rente blijft de rente gelijk gedurende een vooraf afgesproken periode.

Rente constructies
In de praktijk komt u verschillende renteconstructies tegen zoals een rente met bandbreedte of een instaprente. Deze renteconstructies zijn allemaal afgeleid van de variabele rente en de vaste rente.

Keuze voor een rentetype
Bij het aangaan van een hypotheek moet u gaan kiezen voor een bepaalde rente.

Als u verwacht dat de rente nog gaat dalen kunt u kiezen voor een variabele rente. Op het moment dat u denkt dat de rente niet verder meer zal dalen, kunt u deze éénmalig kosteloos vastzetten. U bepaalt zelf voor hoelang.

Als u denkt dat de rente het eerstkomende jaar zal dalen, kunt u ook kiezen voor een 1 jaar vaste rente. Als u het komende jaar een rentestijging verwacht maar u weet niet precies wanneer, zou u kunnen kiezen voor een instaprente. Zodra de rente gaat stijgen zet u de rente voor langere tijd vast.

Als u de komende jaren geen omkijken meer wilt hebben naar de hypotheekrente, is het verstandig de rente voor langere periode vast te zetten. Afhankelijk van de verschillen in de tarieven, kunt u hierbij de invloed op uw maandlasten berekenen en kiezen voor 5 jaar, 10 jaar, 15 jaar of 20 jaar vast. Denk hierbij ook aan de mogelijkheid van een bedenktijd gedurende de laatste twee jaar. Wanneer u niet zeker weet of u nog gaat verhuizen, zorg er dan - vooral bij een lage rente - voor dat u uw hypotheek kunt meenemen.

U zult zelf moeten bepalen of u een variabele of een vaste rente wenst. Wanneer u een vaste rente kiest, denk dan zorgvuldig na over de rentevastperiode. Als u niet precies weet wat te doen is het meestal verstandig te kiezen voor een vaste rente met een looptijd van minimaal 5 jaar.